Nabijheidssensoren voor robots sturen infrarood-licht (IR) uit en meten daarna hoeveel van dat licht door een nabijgelegen object wordt teruggekaatst. Als er echter ook andere bronnen van IR-licht aanwezig zijn, bijvoorbeeld de zon, dan kan de sensor geen onderscheid maken tussen weerkaatst IR-licht dat hij zelf heeft uitgestuurd, en IR-licht afkomstig uit de omgeving. Hierdoor kan de sensor verkeerdelijk concluderen dat er een object vlakbij is, terwijl het eigenlijk gaat om omgevingslicht van de zon, van een gloeilamp of van een andere IR-lichtbron (dit probleem komt niet, of nauwelijks, voor bij TL-lampen of fluorescentielampen).